Menu
  • Bel ons:0299 - 671 366
  • Buiten openingstijden0299 - 671 366

I.v.m. de verspreiding van het Coronavirus is ons beleid tijdelijk aangepast. Lees meer hierover op onze homepagina.

Koeien

Koeien

De gezondheid van uw koeien staat bij u als veehouder voorop. Lees meer informatie over voorkomende ziekten bij koeien, zoals leverbot en tylomen, en wat u kunt verwachten bij bedrijfsbegeleiding. Ook geven we inzicht over het bedrijfsbehandelplan en bedrijfsgezondheidsplan.

Leverbot (Fasciola hepatica)

De leverbot is een parasiet die voorkomt bij graseters zoals rund, schaap, geit, haas en ree. De volwassen leverbot is een platworm van twee à vier cm die leeft in de galgangen van de lever van de gastheer. De eieren van de leverbot worden met de mest uitgescheiden. De parasiet doorloopt verschillende ontwikkelingsstadia, de zogenaamde leverbotcyclus.

Verschijnselen

De leverbotbesmetting kan in een acute en een chronische vorm optreden. Acute leverbot kenmerkt zich door een trektocht van duizenden jonge leverbotjes door de lever, waardoor de gastheer sterft door verbloeding. Dieren die op zwaar besmet weiland hebben gelopen, kunnen zes tot acht weken na besmetting zonder uiterlijke verschijnselen plotseling sterven. Chronische leverbot is de meest voorkomende vorm. Bij runderen zijn in ernstige leverbotjaren te vroeg afkalven, een verlaagde melkproductie en slechte groei van het jongvee de belangrijkste klachten.

Aanpak

De belangrijkste bestrijdingsmaatregel tegen leverbot is het leverbot-vrij maken van de dieren, zodat er geen leverboteieren op het weiland terechtkomen. Door regelmatig bloed- en mestmonsters te laten controleren op leverbot, kan duidelijkheid worden gekregen over de leverbotsituatie op het bedrijf en worden bepaald of een behandeling nodig is. Bij de keuze van het leverbotbestrijdingsmiddel moet er rekening worden gehouden met de werkzaamheid en de wachttijd van het middel. Het is aan te bevelen een leverbotmiddel te gebruiken dat ook de jonge leverbotstadia doodt, zodat ook acute leverbot wordt voorkomen.

Besmettingsroute

De cruciale factor voor het in stand houden van de leverbotcyclus is de aanwezigheid van de leverbotslak. Dit slakje is tussengastheer voor de leverbot. De leverbotslak leeft op plaatsen waar de bodem het grootste deel van het jaar vochtig is, zoals in greppels, slenken, vertrapte slootkanten en kwelplaatsen achter dijken. De leverbotslak heeft nauwelijks last van strenge winters, maar is wel gevoelig voor droogte. De ontwikkeling van de stadia van de leverbotcyclus buiten de gastheer kan alleen plaatsvinden bij een temperatuur boven de 10º C. In ons klimaat betekent dit dat alleen in de periode april tot december ontwikkeling mogelijk is. Leverboteieren die in april/mei via de mest op het weiland worden gebracht, kunnen zich onder gunstige omstandigheden in augustus/september hebben ontwikkeld tot besmettelijke cysten. De grootste besmetting met leverbot vindt dan ook plaats in de maanden augustus, september en oktober. Dieren kunnen ook in de wintermaanden met leverbot besmet raken.

Schade

De gevolgen van een zware leverbotbesmetting kunnen zeer ernstig zijn. Het kan de dood betekenen voor grote aantallen dieren. De schade, veroorzaakt door leverbot bij zowel kleine als grote herkauwers, is dan ook zeer groot en kan duizenden euro's per jaar bedragen. Door klimatologische omstandigheden en waterpeilverhogingen kan leverbot onverwacht voor problemen zorgen.

Contracten

Om aan de eisen die worden gesteld aan het antibioticagebruik te kunnen voldoen, is het verplicht dat elke veehouder een één-op-één-relatie heeft met een dierenarts. Hiervoor zijn door de praktijk contracten opgesteld, die u thuis in uw administratie en wij op de praktijk dienen te bewaren. Digitale versies zijn opgemaakt op de website 'Inforund'.

Op de contracten dient de naam van de 'vaste' dierenarts te staan, en de namen van degenen die voor hem of haar in de plaats op uw bedrijf kunnen komen. Voor de volledigheid worden hieronder alle namen van de dierenartsen die op het contract horen te staan opgesomd, met hun Unieke Dierenarts Nummer:

  • V.J.P. Schellekens UDN:  734006
  • T.L.M. Boon UDN: 1000791
  • M.M. Meijers UDN: 1002312
  • H.M.J.M. van de Wetering UDN:946014
  • B.J. Barreveld UDN:1502573
  • J.S.C. Boersema UDN: 1002355
  • S.E. Prins UDN: 1104190
  • M. Oude Luttikhuis UDN: 1503356

Wormen

Strategische bestrijding van maagdarmwormen en longwormen bij rundvee

Parasieten zijn een zeer belangrijke economische verliespost in de rundveehouderij. Dit is een beknopt overzicht van de mogelijke ontwormingsstrategieën die men tijdens het eerste weideseizoen kan toepassen. De voorgestelde strategieën kunnen worden aangevuld met een dosis ontwormingsmiddel bij het opstallen, maar dit is zeker niet altijd noodzakelijk.

Een bepaling van het pepsinogeengehalte in het bloed bij het jongvee dat aan het einde van zijn eerste weideseizoen op stal komt bepaalt of ontworming bij het opstallen nodig is. Bovendien is het bepalen van deze parameter nuttig om advies te kunnen geven over de ontwormingsstrategie die men tijdens het eerstvolgende weideseizoen zal moeten toepassen bij de runderen van het eerste weideseizoen. Op de bedrijven waar schurft een probleem is, is een extra behandeling bij het opstallen van de dieren de beste strategie.

Zowel tijdens het stalseizoen als tijdens het weideseizoen kan er op bepaalde bedrijven specifieke antiparasitaire behandelingen nodig zijn. Het organiseren van een bestrijdingsplan met betrekking tot de mogelijke parasieten, zou op elk rundveebedrijf een belangrijk onderdeel moeten zijn van de diergeneeskundige begeleiding.

Maagdarmwormen

Er zijn maagdarmwormen op elk bedrijf waar rundvee wordt gehouden. De uitroeiing ervan is niet mogelijk. Het optreden tegen deze parasieten moet gericht zijn op de preventie van de ziekten en de verliezen die ze veroorzaken. De verliezen komen thans eerder neer op productieverminderingen zoals vertraagde groei, gewichtsverlies of verminderde melkproductie. Ziekte en sterfte t.g.v. besmettingen met maagdarmwormen komt bijna niet meer voor.

Longwormen

In de weide loopt het jongvee een groot risico besmet te raken met longworm (Dictyocaulus viviparus). De larven worden via het gras opgenomen en maken een trektocht door het lichaam, van de darm naar de longen. Daar groeien ze uit tot volwassen longwormen. In de longen produceren de wormen eieren die door het kalf worden opgehoest en doorgeslikt. In het maagdarmkanaal komen de eieren uit en vervolgens komen de larven via de mest in de weide terecht. Daarna worden weer andere runderen besmet. Deze cyclus, van opname tot uitscheiding van de eieren, duurt circa drie tot vier weken. Een longworminfectie werkt predisponerend bij uitbraken van pinkengriep. Een goed doordachte strategie is gebaseerd op het gecontroleerd in contact brengen van jonge dieren met deze wormen door omweiden op etgroen, ontwormen en beïnvloeding van de weerstand door vaccinatie. Bij zoogkoeien wordt gebruik gemaakt van de verdunningsmethode.

Omweiden

Door middel van goed weidemanagement kan een wormbesmetting in de hand gehouden worden. Maar weidemanagement dient in eerste instantie voor ruwvoerwinning en is sterk afhankelijk van weersomstandigheden. Vaak zullen wormbesmettingen dus niet te voorkomen zijn. Meestal geldt hoe langer de weideperiode, hoe moeilijker het wordt voor de veehouder om de kalveren op schone percelen om te weiden. Langere weideperioden lenen zich beter voor systeemgebruik of boli. Er is een tendens om kalveren het eerste jaar niet naar buiten te doen. Als deze dieren het tweede jaar wel naar buiten gaan, zullen zij op dezelfde manier behandeld moeten worden als kalveren.

De verdunningsmethode

Wanneer gevoelige kalveren samen met ongevoelige volwassen runderen op de weide worden gezet zal de weidebesmetting lager zijn. Een voorbeeld hiervan is het op de weide brengen van zoogkoeien met hun kalveren. De verdunningsmethode is niet geschikt voor melkveebedrijven. Er bestaat bij de verdunningsmethode risico op een longworminfectie bij de zoogkalveren als de weidepercelen besmet worden door subklinisch besmette koeien, de zogenaamde dragers of carriers. Ook is het, m.b.t. de preventie van maagdarmworminfecties bij de zoogkalveren, fout om de zoogkoeien met hun kalveren, samen met ander jongvee, op dezelfde weidepercelen te laten grazen.

Longwormenting

Door vaccinatie wordt op een natuurlijke manier immuniteit opgebouwd tegen longworm hierdoor wordt schade door longworm bij kalveren voorkomen. Voor een goede bescherming moeten de kalveren (leeftijd vanaf drie maanden) twee maal worden gevaccineerd met een tussentijd van vier weken. Twee weken na de tweede vaccinatie kan het jongvee beschermd de weide ingaan.

Ontwormingsschema’s ivermectinen

Ivomec (0-6 systeem)
Dectomax (0-8 systeem)
Cydectin (0-10 systeem)

Het 0-6, 8 of 10 systeem is een goed systeem voor dieren die:

  • Voor het eerst naar buiten gaan
  • Op een besmet perceel blijven
  • Worden omgeweid naar eerder beweide percelen
  • Een lange weideperiode hebben

De 0-behandeling

Dit is de behandeling met Ivomec, Dectomax of Cydectin injectie of pour-on op het moment van naar buiten gaan. De verlengde werking van deze middelen zorgt voor respectievelijk twee, vier en zes weken bescherming tegen alle binnenkomende infectieuze larven van maagdarmwormen en longwormen. In de periode daarna, wanneer de effectiviteit van gaat teruglopen, kunnen larven uitgroeien tot volwassen wormen. Deze zullen geen groeischade veroorzaken, maar zorgen voor een aanvang van de immuniteitsopbouw. Bij pinken die een tweede weideseizoen krijgen zorgt een behandeling met met deze middelen bij het naar buiten gaan (op een besmet perceel) gedurende de eerste weken voor een bescherming. Het na-effect zorgt voor verdere uitbouw van de immuniteit tegen met name Ostertagia spp. Ook hier geldt dat de weidebesmetting sterk wordt gereduceerd. Dit leidt tot een groeiwinst ten opzichte van niet behandelde dieren.

De zes, acht of tien weken behandeling

Dit is de tweede behandeling zes, acht of tien weken na het naar buiten gaan. Deze behandeling verlengt de bescherming. Tevens heeft de behandeling een sterke daling van de weidebesmetting tot gevolg. Hierdoor blijft een besmetting in het volgende weideseizoen beperkt.

Repidose

Repidose is een bolus die stootsgewijs oxfendazole vrij geeft, nl. om de drie weken komt er een ontwormingspil vrij in de pensinhoud.

Voordelen

Toediening bij het naar buiten gaan. Er zijn op de weide geen verdere ingrepen meer nodig. Deze bolussen werken ongeveer 90 dagen lang en zijn daardoor bruikbaar op bedrijven waar het eerste weideseizoen van de kalveren en het jongvee niet veel meer dan drie maanden zal duren, bijvoorbeeld van 15 juni tot 15 september. Deze producten laten immuniteitsopbouw tegen maagdarmwormen toe.

Nadelen

Op met longworm besmette weiden kan er een uitbraak van longworm voorkomen tussen de loslating van twee pillen en nadat alle pillen verbruikt zijn.

Tyloom rund

Als gevolg van langdurige ontsteking in de tussenklauwspleet of stinkpoot wordt het hoorn in het balgebied van de klauw ondermijnd. De kloven die ontstaan kunnen naar voren en naar binnen toe in de tussenklauwspleet uitbreiden. Dit chronisch ontstoken weefsel gaat vervolgens woekeren, waardoor er een uitstulping tussen de klauwen ontstaat. Deze woekering wordt voortdurend geïrriteerd door de klauwen en door hangend vuil. Deze irritatie veroorzaakt weer meer woekeringen, waardoor de tyloom langzaam groeit. Door een beschadiging of een infectie kunnen grotere tylomen ontstoken raken met als gevolg dat de koe kreupel raakt.

Foto: D. Scholten

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk

  • Met Novaderma zalf smeren; dit heeft een indrogende werking en gaat het woekeren tegen
  • Operatief door chirurgisch tyloom weg te snijden en daarna enkele dagen onder verband te houden, resultaat valt nogal tegen
  • Nieuwe thermochirurgische methode, waarbij met elektrisch mes tyloom en onderliggend weefsel verwijderd wordt. Na enkele dagen verband is het genezingspercentage van deze ingreep het grootst. Maar u moet wel rekening houden met enkele weken hersteltijd. De kans op terugkeer van het tyloom is nihil (in tegenstelling tot normaal wegsnijden) uit praktijkonderzoek van de Universiteit blijkt dat: 82% van de tylomen is goed te verwijderen. Na een jaar loopt zo`n 68% van de dieren nog goed en 25% redelijk en is 6% kreupel. 94% Van de veehouders vond na afloop de ingreep de moeite waard.

Bedrijfsbegeleiding / echo / tylomen

Naast het dagelijks behandelen van zieke dieren vormen regelmatige bedrijfsbezoeken een belangrijk deel van het werk in de melkveehouderij.

Tijdens de bedrijfsbezoeken komen de volgende zaken aan de orde

  • Vruchtbaarheidsbegeleiding
  • Zieke dieren onderzoeken en behandelen
  • Kalveren onthoornen
  • Vaccinaties
  • Periodiek bedrijfsbezoek voor Qlip (voorheen OCM)

Bovendien wordt aan de hand van de melkcontrolegegevens de gezondheid van de koeien en het jongvee besproken. Ook is er tijdens het bedrijfsbezoek plaats voor adviezen aangaande diergezondheidsprogramma's, huisvesting, voedinggerelateerde problemen, enzovoort.

Echodiagnostiek

Om de diagnostiek tijdens de vruchtbaarheidsbegeleiding van rundvee te verfijnen en te verbeteren is besloten een echo-apparaat in te zetten. Deze kan eenvoudig meegenomen worden achter de koeien.

Dracht

Met de echo is in een vroeger stadium te constateren of een dier wel of niet drachtig is. Vanaf 30 dagen na inseminatie of dekking is dat al te zien. Dit brengt het voordeel met zich mee dat meer dieren gecontroleerd kunnen worden voor de tweede tocht. Op deze manier kan de tochtigheid rond de 42e dag nog worden benut, mocht het dier niet drachtig blijken te zijn. Wanneer een dier wel drachtig is voor de 42 dagen dan is het goed deze dieren nog eens te controleren; voor dag 42 is er namelijk nog kans op vroeg embryonale sterfte.

Vruchtbaarheidsproblemen

De belangrijkste toepassing van de echo vindt plaats bij de diagnostiek van probleemkoeien; dieren die niet tochtig worden gezien, dieren die cysteus zijn (wat voor soort cyste is het?), inactieve eierstokken (zijn ze nog te activeren?).

De diagnose, prognose en behandeling worden door het gebruik van de echo een stuk nauwkeuriger. Ook dieren met andere afwijkingen aan het geslachtsapparaat kunnen beter bekeken worden met behulp van echodiagnostiek.

Controle na kalven

Bij dieren die drie tot vier weken na het kalven zijn kan de baarmoeder gecontroleerd worden met behulp van de echo. De inhoud van de baarmoeder kan dan nog afwijkend zijn, terwijl u aan de koe zelf niets ziet. Aan de buitenzijde wordt slechts de helft van de witvuilers waargenomen. Wanneer deze dieren niet worden behandeld dan worden ze heel slecht weer drachtig.

Pinken en vleesrassen

De baarmoeder van pinken kan soms moeilijk rectaal te voelen zijn, omdat bij deze dieren minder ruimte in de endeldarm is. Met de echo is vrij eenvoudig te zien of het dier drachtig is, zonder dat de gehele baarmoeder opgepakt moet worden. Dit geldt ook voor de meer vleestypische rassen.

Andere toepassingen

De echo kan incidenteel natuurlijk ook ingezet worden bij dieren die verdacht worden van nierproblemen, blaasproblemen etcetera. Ook kunnen schapen en geiten ermee gescand worden.

Bloedanalyse

Dierenartsenpraktijk De Rijp is in het bezit van bloedanalyse-apparatuur. Voor rundvee kan deze bijvoorbeeld worden ingezet om de prognose van een Downer koe (een liggende koe) te bepalen. Ook ter bepaling van stofwisselingsstoornissen kunnen bloedtesten worden verricht.

Tylomen verwijderen

Uit een enquete gehouden onder de melkveehouders is gebleken dat er veel behoefte is aan de mogelijkheid om tylomen te verwijderen. Een tyloom is een bindweefselwoekering die zich vormt tussen de twee klauwen van de poot en kan zorgen voor ernstige kreupelheden bij het dier. Zonder behandeling gaat een tyloom niet weg en het is niet zelden een reden voor vroegtijdige afvoer van de koe.

Voor het verwijderen van de tyloom is het belangrijk dat de betreffende koe in een klauwbekapbox geplaatst wordt met de mogelijkheid tot het ondersteunen van de romp met een band. Dit voorkomt dat koeien gaan liggen tijdens de procedure.

De ondervoet van het dier wordt met een injectie in de ader op de zijkant van de achterpoot gevoelloos gemaakt. Vervolgens worden de tyloom en het onderliggende vetkussen geheel verwijderd. Daarna wordt de poot in een drukverband gezet.

Wanneer u een tyloom wilt laten verwijderen, maak dan tijdig een afspraak zodat er voldoende tijd voor de ingreep kan worden gereserveerd en alle benodigdheden kunnen worden meegebracht.

BGP/BBP

Het bedrijfsbehandelplan is een door de dierenarts opgesteld plan waarin de voorgenomen behandelwijze van de mogelijk optredende dierziekten op het bedrijf van de ondernemer wordt vastgelegd.

Het bedrijfsgezondheidsplan is een plan waarin naast het bedrijfsbehandelplan de maatregelen zijn beschreven die door de ondernemer worden genomen om het gebruik van antibioticum te beperken. Deze plannen helpen de ondernemer de huidige bedrijfssituatie in beeld te brengen. Verder geeft het een beeld van mogelijke risicofactoren op basis waarvan de rundveehouder de verbetering van de diergezondheid en verantwoord antibioticagebruik kan oppakken.

Beide plannen worden vanaf 1 januari 2012 sectorbreed ingevoerd via de kwaliteitssystemen van de zuivelondernemingen en ook via de PVV-verordening.

Qlip is de organisatie die in opdracht van de zuivelondernemingen controles uitvoert op melkveehouderijen. Er zijn een aantal documenten die u dient klaar te leggen voor de beoordeling:

  • Diergeneesmiddelenadministratie van het lopende en het voorgaande jaar
  • Onderhoudsrapporten van de melkinstallatie en melkkoeltank
  • Uitslagen van bronwateronderzoek indien u bronwater gebruikt voor reiniging van de melkinstallatie en melkkoeltank 
  • Afleveringsbonnen en/of rekeningen van uw voerleverancier(s)
  • Bedrijfsbehandelplan (BBP) en Bedrijfsgezondheidsplan (BGP)
  • Eén op één overeenkomst met de geborgde rundveedierenarts
  • Indien u meedoet met de weidegang, de stukken die hiervan toepassing op zijn

Nadere informatie over de werkwijze van de beoordeling en de certificering kunt u hier vinden:

Kwaliteitssystemen voor melkveebedrijven. Heeft u vragen, bel dan met de afdeling Certificering van de sector Boerderijmelk van Qlip: 088 – 754 70 65.

Terug naar Landbouwhuisdieren

Contactinformatie praktijk

Dierenkliniek De Rijp

Terug
  • Ma
    8.30 - 17.00 uur
  • Di
    8.30 - 17.00 uur
  • Wo
    8.30 - 17.00 uur
  • Do
    8.30 - 17.00 uur
  • Vrij
    8.30 - 17.00 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Schoener 2 1483 TP De Rijp Wij werken uitsluitend op afspraak.
ontvang een routebeschrijving via Google Maps