Dierenartsenpraktijk / Dierenkliniek De Rijp - Noord-Holland
Suikerziekte | Afdrukken |

Uw huisdier lijdt aan suikerziekte. Deze ziekte wordt veroorzaakt doordat de alvleesklier niet meer in staat is het hormoon insuline te maken. Deze insuline zorgt ervoor dat suikers, die onder andere met de voeding binnenkomen, omgezet worden in stoffen voor de energievoorziening. Wanneer in het lichaam geen of te weinig insuline wordt aangemaakt, stijgt het bloedsuikergehalte. Dit heeft onder meer tot gevolg dat het dier een hongergevoel krijgt, aanvankelijk meer gaat eten en daardoor soms dikker wordt maar later toch vermagert. Ook zorgt het hoge bloedsuikergehalte ervoor dat onvoldoende vocht in het lichaam wordt vastgehouden. Dit heeft weer tot gevolg dat uw huisdier zeer veel gaat plassen. Om dit vochtverlies aan te vullen gaat hij/zij zeer veel drinken.

Om deze kwaal te behandelen moet uw huisdier eerst gesteriliseerd worden omdat dit waarschijnlijk de oorzaak is van de suikerziekte. Is de suikerziekte daarna niet over dan moet insuline aan het dier worden toegediend. Dit stuit op een paar praktische problemen, die meestal goed zijn op te lossen.

Omdat het hormoon insuline uit eiwit bestaat, kan dit niet als tablet worden toegediend, omdat dit net als andere eiwitten uit de voeding in het maagdarmkanaal wordt verteerd. Andere tabletten, zoals van de mens, werken ook niet omdat de hond en de kat hierop niet reageren. De toediening moet dus altijd per injectie. Iets wat de eigenaar van het dier aanvankelijk erger vindt dan het huisdier zelf. Deze went daaraan zeer snel, zeker omdat na het spuiten altijd gegeten moet worden. Het spuiten wordt dus al snel geassocieerd met het "te eten krijgen".
De insulinebehoefte kan van moment tot moment verschillen. Afhankelijk van de soort insuline moet deze 1x per dag worden toegediend of vaker. Omdat de behoefte nogal kan verschillen moet altijd op een vaste tijd gegeten worden met een afgepaste hoeveelheid. In moeilijke gevallen moet met behulp van bloedonderzoek een bloedsuikergehaltebepaling gedaan worden.

 

Het spuiten van een te geringe hoeveelheid insuline levert nooit gevaar op, uw huisdier gaat ten gevolge van het weer stijgen van de bloedsuikerspiegel nu veel plassen en drinken.
Wel moet u oppassen, niet teveel insuline te spuiten, daar dit kan leiden tot een sterke bloedsuikerdaling, die kan leiden tot een soort comatoestand, een 'hypo'. De eerste verschijnselen van zo'n 'hypo' zijn: honger, onrust, slap op de poten en spiertrillingen, later eventueel bewustzijnsverlies. U dient uw huisdier dan onmiddellijk via zijn bek wat suiker, stroop of andere zoetigheid te geven. Het dier herstelt dan snel. Na een hyposituatie moet u er wel voor zorgen dat er ook 's nachts extra eten ter beschikking staat en de volgende dag moet u een halve dosering insuline spuiten.
Bij vragen kunt u gewoon onze dierenkliniek bellen of even langs komen op het spreekuur. De dierenarts geeft u graag een demonstratie hoe de injectiespuit te hanteren met de nodige informatie, zodat het geheel geen problemen gaat geven.
Ook kunt u via onze dierenkliniek een speciaal voedsel bestellen waardoor de insulinebehoefte veel minder zal zijn. In enkele gevallen is zelfs genezing mogelijk en is het helemaal niet meer nodig insuline toe te dienen.

 
©2007 Polderwebdesign